|
Stel: je werkt als vrouw bij de marine. Aan boord van het schip waarmee je zes maanden op zee bent kijken mannelijke collega’s naar porno-dvd’s. In de eetzaal. Dag in dag uit. Wat doe je? Misschien probeer je je collega’s uit te leggen dat je je daar niet prettig bij voelt. Hun repliek: ‘De marine is niet voor watjes.’ Vervolgens doe je je beklag bij de commandant. Zijn antwoord: ‘Ach, we zitten dag en nacht aan boord, de mannen hebben recht op een verzetje.’ Daar sta je dan. Stel: je bent een man, militair, en een vrouwelijke collega neemt je in vertrouwen. Al drie keer heeft de commandant buiten diensttijd, na een paar borrels, zijn arm om haar heen gelegd, schunnige opmerkingen in haar oor gefluisterd en seksuele toespelingen gemaakt. Ze vindt dat niet prettig. De vertrouwenspersoon voor ongewenste intimiteiten inschakelen, zoals jij haar aanraadt, gaat haar weer wat te ver. Want, zegt ze na enig nadenken, ‘wat is er mis met een beetje geflirt?’ Een paar weken later vertelt ze dat de commandant haar heeft verkracht. Wat doe je? En maakt het verschil als je toevallig jaren geleden met de commandant in de opleiding hebt gezeten? Of als hij je beste maatje is? Getrouwd is en kinderen heeft? Het zijn deze en andere dilemma’s uit de militaire professionele praktijk die Desiree Verweij (51) aan haar studenten voorlegt. Verweij, sinds oktober hoogleraar militaire ethiek aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) in Breda, is de eerste vrouwelijke hoogleraar aan wat vroeger de KMA (Koninklijke Militaire Academie) heette. Zij leidt de officieren op die het commando gaan voeren over kleine en grote eenheden militairen. ‘De voorbeelden komen uit de praktijk, ze zijn door militairen en soms door studenten aangedragen,’ zegt ze. ‘Ik gebruik de genderdilemma’s om studenten te laten nadenken over de positie van vrouwen in de krijgsmacht. Het is belangrijk dat ze weten met welk soort dilemma’s ze geconfronteerd kunnen worden, zodat ze de morele dimensie daarvan herkennen en inzien wanneer ze moeten ingrijpen. Neem het voorbeeld van de porno. Dat heeft zich daadwerkelijk voorgedaan aan boord van het marinefregat de Tjerk Hiddes. Een commandant die ook in morele zin professioneel is, zou zich hebben gerealiseerd dat het voortdurend kijken naar porno in openbare ruimtes kan leiden tot ongewenst gedrag jegens vrouwen. Dan neem je dus maatregelen.’ De Tjerk Hiddes kwam in april vorig jaar in het nieuws toen matroos Anja (een schuilnaam) melding maakte van seksuele misstanden aan boord, tot aan verkrachting aan toe. De commissie die onder leiding van D66-coryfee Boele Staal de zaak onderzocht, rapporteerde dat ongewenst gedrag in de krijgsmacht vaker voorkomt dan in de rest van de maatschappij. Maar liefst een op de zes vrouwen in het leger gaf aan dat ze ongewenst seksueel bejegend was. ‘Bij bepaalde defensieonderdelen heerst een machocultuur,’ zegt Verweij onomwonden. ‘Een organisatie als de krijgsmacht heeft het monopolie op geweld. Sommigen verbinden de uitoefening van geweld met stoerdoenerij. Maar professionele militairen weten dat er meer bij komt kijken en dat proberen wij toekomstige officieren ook te leren. Daarnaast zijn vrouwen kwetsbaar doordat ze ver in de minderheid zijn. In elke klas die ik onderwijs, zitten maar een of twee vrouwen.’ Van het defensiepersoneel is twaalf procent vrouw, onderverdeeld in ruim 22 procent van het burgerpersoneel en bijna 9 procent van de militairen. De benoeming van Verweij vervulde staatssecretaris Van der Knaap van Defensie dan ook met trots. Al in december 2005 beloofde hij, in een overzicht van maatregelen om de emancipatie bij de krijgsmacht te bevorderen, de aanstelling van een eerste vrouwelijke hoogleraar. ‘De sollicitatiecommissie en de directeur van de NLDA hebben mij verzekerd dat het feit dat ik een vrouw ben geen rol gespeeld heeft,’ lacht Verweij. ‘Ik had gewoon goede papieren, ik werkte hier al acht jaar en heb in die tijd het vakgebied militaire ethiek mede ontwikkeld.’ Verweij studeerde filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en werkte daar als onderzoeker. Haar proefschrift ging over vrouwbeelden en verlangen bij Nietzsche. Ze gaf toen al toegepaste ethiek aan studenten psychologie en hbo’ers maatschappelijk werk en dienstverlening. ‘Ethiek in het dagelijks leven heeft altijd mijn belangstelling gehad. Ik had op zich niets met de krijgsmacht, maar ik heb in 1998 bij de KMA gesolliciteerd omdat ik had gehoord dat daar interessant onderzoek werd gedaan. En inderdaad, er werd goed en actueel onderzoek verricht naar gender en diversiteit en naar vragen die voortkomen uit concrete uitzendingen. Morele kwesties zijn steeds belangrijker voor militairen. Tijdens crisisoperaties kunnen ze oog in oog komen te staan met kindsoldaten. Kun je schieten op een 12-jarige met een machinegeweer? Wat betekent dat voor jezelf? En wat doe je als man als nauwelijks volgroeide meisjes zich aanbieden als prostituee? Dat zijn geen denkbeeldige vragen, daar worden militairen van hoog tot laag mee geconfronteerd.’ De krijgsmacht is veranderd: van een dienstplichtigenleger dat zich tijdens de Koude Oorlog bezighield met de verdediging van de Noord-Duitse Laagvlakte tot een beroepsleger dat kan worden ingezet voor crisisoperaties van Afghanistan tot Afrika. ‘Tijdens de dienstplicht was het leger gemêleerder, meer een afspiegeling van de samenleving,’ aldus Verweij. ‘Nu komen de meeste instromers in de lagere rangen regelrecht van het vmbo, veelal uit lagere sociale klassen. Zij worden aangetrokken door verhalen over vredesmissies in verre landen, maar ook door de vakdiploma’s die ze kunnen halen. Dat geldt ook voor vrouwen die zich melden. Ze krijgen vaak niet veel van huis mee. Daarom wordt onderwijs in militaire ethiek enorm belangrijk.’ Daarnaast is er een heel andere groep, die Verweij zelf opleidt: de officieren in spe. Zij hebben een vwo-diploma op zak en gaan naar de NLDA. Maar dat zijn wel degenen die aan de lagere rangen leiding moeten geven. Verweij wil haar studenten vooral bewust maken van mogelijke morele dilemma’s en hoe daarbij op te treden. ‘Deze mannen en vrouwen worden immers de commandanten bij wie de militairen terecht moeten kunnen met hun klachten en dilemma’s. Zij moeten vooral inlevingsvermogen ontwikkelen. Dat is het begin van sociaal leiderschap waar defensie volgens de commissie-Staal zoveel behoefte aan heeft.’ Sinds een paar jaar probeert defensie gericht meer vrouwen voor de krijgsmacht te interesseren. Deels om de verdeling tussen mannen en vrouwen wat meer recht te trekken, maar ook uit economische noodzaak. De krijgsmacht heeft jaarlijks zo’n 7000 nieuwe rekruten nodig en defensie heeft er moeite mee hen binnen te krijgen. Het aandeel vrouwen onder het militair personeel schommelt al jaren rond de 8 à 9 procent, maar in 2010 moet volgens de streefcijfers 30 procent van de instroom uit vrouwen bestaan. Dat lukt alleen als de krijgsmacht vrouwvriendelijker wordt. En dat is hard nodig. Uit het rapport-Staal bleek dat seksuele intimidatie bij de krijgsmacht vaker voorkomt dan bij andere bedrijven. ‘Ik was daar niet zo verbaasd over,’ merkt Verweij op. ‘Ik heb de afgelopen jaren de nodige verhalen van studenten gehoord, ik denk dat ik een aardig beeld heb van wat er niet goed gaat tussen mannen en vrouwen. Er wordt dan ook al jarenlang hard gewerkt om de situatie te verbeteren. Het is misschien wel te begrijpen dat jonge vrouwen seksistisch gedrag in het begin accepteren: ze komen net van school, zijn van huis weg, willen zich aanpassen. Sommigen slaan door en gedragen zich nog lomper en uitdagender dan mannen, omdat ze denken dat het erbij hoort. Overigens is dat niet alleen in de krijgsmacht het geval.’ Juist dan kan onderwijs in ethiek een belangrijke rol spelen. ‘Je moet de morele competentie van mensen ontwikkelen zodat ze herkennen wanneer normen en waarden in het geding zijn. Je moet hen zelf leren denken en bestand maken tegen groepsdruk,’ zegt Verweij. Uit het rapport van Staal kwam naar voren dat de helft van de slachtoffers van ongewenst gedrag niets doet, uit angst dat een klacht negatief voor hen zal uitpakken. Die vrees is niet misplaatst: veel slachtoffers worden, als een klacht uitlekt, volgens Staal gestigmatiseerd door hun collega’s. Bovendien wordt bij minder dan 30 procent van de klachten de dader op zijn gedrag aangesproken, en bij minder dan 10 procent daadwerkelijk gestraft. Verweij pleit dan ook voor een ‘enorme investering’ in het ethiek-onderwijs voor militairen. ‘Daar zal structureel meer tijd en geld naartoe moeten. Op alle niveaus. Door alle bezuinigingen zijn de opleidingen heel erg gericht op de praktijk, op de technische en bedrijfsmatige kant. Nu, na Staal en bijvoorbeeld de recente uitspattingen van mariniers in Noorwegen, is iedereen er even van overtuigd dat aandacht voor morele ontwikkeling belangrijk is. Maar dat zal dan wel in alle opleidingen een vaste plaats moeten krijgen,’ waarschuwt ze. ‘Niet alleen om het imago van defensie te verbeteren, maar ook om daadwerkelijk een goede en veilige werkomgeving te creëren, waarin mensen graag willen werken.’ De instructeurs die nu op de lagere militaire scholen het vak morele vorming geven, hebben geen enkele theoretische achtergrond over ethiek. Verweij en haar collega’s hebben een opleidingsprogramma voor hen opgezet. ‘Maar het gaat niet alleen om de theorie. We bespreken met hen ook dilemma’s uit de praktijk waarin machogedrag of gebrek aan inlevingsvermogen aan de orde is. We willen hun zo veel mogelijk bagage meegeven, zodat ze hun leerlingen heel concreet kunnen uitleggen welke gevolgen bepaald gedrag kan hebben en hoe ze dat zelf kunnen veranderen. Dat begint al bij zoiets simpels als bot gedrag. Op zich is er niets mis met het maken van harde grappen, maar als die voortdurend ten koste van één persoon gaan moet je kunnen bedenken dat dat finaal uit de hand kan lopen.’ Om haar eigen vrouwelijke studenten weerbaarder te maken, zou Verweij hen aan het begin van de opleiding bij elkaar willen zetten. ‘Het lijkt mij een goed idee om de nieuwe meiden twee of drie keer in een groepje te laten praten, onder begeleiding van een afgestudeerde vrouwelijke officier. Ze zijn veel te jong om zich al bewust te zijn wat het betekent deel uit te maken van een minderheid in de krijgsmacht. Die vrouwelijke officier, liefst iemand tegen wie ze opkijken en die ze als rolmodel zien, kan vertellen waarmee ze te maken kunnen krijgen en hoe ze daar het beste op kunnen reageren. Zodat ze weten dat ze er iets van kunnen zeggen als ze zich ergeren aan al te schunnige posters in de kazernes. En dat een arm om je heen dus niet altijd prettig is. Dat je daar als commandant later wat van moet durven zeggen. Uiteraard is die bewustwording ook nodig voor mannelijke studenten, maar het kan gezien de uitzonderingspositie van vrouwelijke studenten geen kwaad extra aandacht aan hen te besteden.’ Overigens gaat het ethiek-onderwijs niet alleen over man-vrouwverhoudingen. Ook met het oog op de huidige crisisoperaties wordt het steeds belangrijker. Daar komen militairen in uiterst complexe en gevaarlijke situaties terecht, waarin ze soms in seconden een moreel oordeel moeten vellen, benadrukt Verweij. ‘Het blijkt voor de verwerking van trauma’s heel belangrijk dat militairen van tevoren geleerd hebben dat in sommige situaties geen goede beslissing mogelijk is. Tragische dilemma’s, waarin iedere keuze pijn doet, zijn helaas aan de orde van de dag. Neem de militair die bezig is met het uitdelen van voedsel aan de plaatselijke bevolking en wiens konvooi plotseling beschoten wordt. Daarbij raken militairen en burgers gewond. De commandant geeft bevel de voedseldistributie te stoppen omdat het te gevaarlijk wordt. Hulp geven aan de gewonde burgers mag niet meer, de militairen moeten zich terugtrekken. Wat doe je dan? Wat kun je doen? En hoe ga je om met de beslissing die je moet nemen? Dergelijke dilemma’s komen vaker voor dan wij ons realiseren.’
|